Blok 9.1 Beweging vastleggen

-Bouncing_ball_strobe_edit

Hoe kun je een beweging goed bekijken? Om dit goed te kunnen moet je een slowmotion-filmpje of stroboscopische foto maken. Als je eenmaal een beweging op film hebt dan kun je er iets over gaan zeggen. Een stroboscopische foto maken doe je met een fotocamera met lange sluitertijd. Dit betekent dat de camera niet één moment opneemt maar een beweging, bijvoorbeeld van een basketbal. Zoals hierboven.

Blok 9.2 Gemiddelde snelheid

De gemiddelde snelheid van iets of iemand kun je berekenen door de afstand te delen door de tijd.

Bijvoorbeeld: Sven Kramer schaatst de 10 kilometer in 13 minuten. Afstand = 10 kilometer, dat is 10 keer 1000 = 10.000 meter. Tijd = 13 minuten, dat is 13 keer 60 = 780 seconden.

Gemiddelde snelheid is afstand delen door tijd.

De gemiddelde snelheid van Sven Kramer is dan dus 12,82 meter per seconde. Om dat om te rekenen naar kilometer per uur doe je 12,82 keer 3,6. Daar komt 46,15km/h uit. Sven zijn gemiddelde snelheid in kilometer per uur is dus 46,15km/h. Met de volgende stappen kun je bij elke som de gemiddelde snelheid uit rekenen.

1.     Uitzoeken wat de afstand en tijd is.

2.     Omrekenen van de afstand naar meter en tijd naar seconde.

3.     De formule invullen (Afstand delen door tijd).

4.     Het antwoord geven in meter per seconde.

5.     Omrekenen van meter per seconde naar kilometer per uur. (keer 3,6)

Blok 9.3 Versnellen, vertragen, eenparig bewegen

We hebben het gehad over hoe je een beweging vast kunt leggen en over het berekenen van de gemiddelde snelheid van een bewegend voorwerp. We gaan het in dit blok hebben over de verschillende soorten beweging. Dit zijn er drie.

1.     Je kunt versnellen, steeds sneller gaan.

2.     Je kunt eenparig bewegen, met een snelheid gaan, niet sneller en niet langzamer gaan.

3.     En je kunt vertragen, dit doe je als je afremt en steeds langzamer gaat bewegen.

Versnellen:versnelling2Eenparig bewegen:eenparig2Vertragen:vertraagd2bewegingengrafiek

Blok 9.4 Remmen en botsen

“Remmen en botsen”, in het vorige blok ging het over de drie soorten bewegingen (versnellen, eenparig bewegen en vertragen). Remmen en botsen zijn een vertraagde beweging. Als je remt vertraag je en hetzelfde gebeurt bij een botsing. Je gaat met een bepaalde snelheid en die wordt verkleind, je vertraagd dan dus. Hoe zorg je er voor dat je niet botst? Dat is de vraag die we in dit blok proberen te beantwoorden.

Om niet te botsen moet je op tijd remmen, maar wat is op tijd? Dat hangt van twee dingen af:

1.     De reactietijd

De tijd die het duurt voordat je de rem intrapt, is de tijd die we reactietijd noemen. Als je gewoon rustig aan het fietsen bent dan is je gemiddelde reactietijd ongeveer 0,7 tot 1,0 seconde.

2.     De remweg

De remweg is de afstand vanaf het punt dat je begint met remmen totdat je stil staat. De remweg kan net als je reactiesnelheid kort of lang zijn. Dit hangt niet af van het gebruik van drank of drugs, maar van andere omstandigheden, zoals je beginsnelheid, de weg, je remkracht en de totale massa van de auto of fiets (of schip) die moet remmen. We gaan deze omstandigheden/”factoren” bij langs om te kijken wat voor invloed ze hebben op de remweg.

      1. De beginsnelheid
      2. De remkracht
      3. De totale massa

De stopafstand

Wanneer sta je op tijd stil? Dat was de beginvraag. Je staat op tijd stil als: je totale afstand van de reactietijd en je remweg minder is dan de afstand tot de botsing. De afstand die je aflegt tijdens je reactietijd die moet je dus ook meenemen in je berekening. De stopafstand is de reactie-afstand + de remweg. De reactie-afstand is de afstand die je tijdens je reactietijd hebt afgelegd. En je remweg is de afstand vanaf het punt dat je begint met remmen totdat je stil staat.

Voor de toets is het verstandig om Blok 9.1 t/m 9.4 nog eens door te lezen!!