We hebben het gehad over hoe je een beweging vast kunt leggen en over het berekenen van de gemiddelde snelheid van een bewegend voorwerp. We gaan het in dit blok hebben over de verschillende soorten beweging. Dit zijn er drie.

  1. Je kunt versnellen, steeds sneller gaan.
  2. Je kunt eenparig bewegen, met een snelheid gaan, niet sneller en niet langzamer gaan.
  3. En je kunt vertragen, dit doe je als je afremt en steeds langzamer gaat bewegen.

Laten we beginnen bij een stilstaand voorwerp, bijvoorbeeld een auto. Zolang een auto stil staat is er geen beweging. Ga je met deze auto rijden dan moet er dus iets gebeuren. Er moet iets veranderen. Om een auto te laten bewegen moet de auto een snelheid krijgen. Wordt deze snelheid steeds groter, dan gaat de auto dus steeds harder rijden. Als hij maar steeds harder blijft gaan dan noem je dat een versnelde beweging. Hieronder zie je zo’n versnelde beweging:versnelling2

Na een tijdje kan die auto niet meer sneller. De auto beweegt nog wel maar nu heel snel. De snelheid verandert niet meer omdat de auto niet meer sneller kan. De snelheid is dus constant, als een voorwerp met een constante snelheid beweegt dan noem je dat een eenparige beweging. Hieronder zie je zo’n eenparige beweging:eenparig2

Als er voor de auto een oud dametje wil oversteken, dan moet de auto langzamer gaan rijden. Er moet dan dus iets veranderen aan de beweging. De auto moet van een constante snelheid naar een lagere snelheid. Dit noem je vertragen, de beging noem je dus ook een vertraagde beweging. Hieronder zie je zo’n vertraagde beweging:vertraagd2

Deze bewegingen hebben allemaal hun eigen afstand-tijd diagram. En die zien er elk anders uit. Hieronder zie je de diagrammen per beweging. Probeer de grafiek te bekijken en te begrijpen aan de hand van de auto’s.

bewegingengrafiek

De groene auto gaat steeds sneller de afstand wordt dus steeds groter dat kun je in de eerste grafiek ook goed zien(versnelde beweging). Er wordt steeds meer afstand afgelegd. Als je steeds sneller gaat ga je in 1 seconde dus steeds sneller en maak je meer meters (afstand). De grafiek wordt hierdoor steeds steiler.

In grafiek twee zie je de lijn die de gele auto zou maken, de auto beweegt eenparig en zijn snelheid is dus constant. Dat betekent dat de afstand die hij elke seconde aflegt hetzelfde blijft (constant). Daarom is de lijn zo mooi recht, de snelheid verandert namelijk niet.

Tot slot de rode auto. Deze auto remt, hij maakt dus een vertraagde beweging. Dit betekent dat de auto steeds minder afstand aflegt in 1 seconde, de lijn vlakt daarom af. Dit zie je in grafiek drie.