Schermafbeelding2016-11-21om18.15.18

In de meterkast zitten zekeringen, een aardlekschakelaar en de kilowattuurmeter (kWh-meter).

Zekering: Schakelt de stroom uit bij overbelasting (te veel stroomgebruik in een keer), bijvoorbeeld als je de oven, waterkoker en magnetron tegelijk aan hebt staan. Er stroomt dan te veel energie in een keer door de draden waardoor ze te warm worden en zelfs brand kan ontstaan.

Aardlekschakelaar: Schakelt de stroom uit als er energie “weg lekt”, dit kan bijvoorbeeld als een apparaat kapot is of niet meer goed is geïsoleerd. Het apparaat kan dan onder stroom komen te staan waardoor er energie weglekt, de aardlekschakelaar merkt dit en schakelt de stroom uit.

kWh-meter: deze meet het totale energieverbruik van een huishouden. Hij houdt dus bij hoeveel energie er naar dat huis gaat. Dit wordt bijgehouden in kilowattuur (kWh). Het energieverbruik kun je per apparaat berekenen. Dit doe je met de formule:

Energieverbruik(kWh) = vermogen(kW) x tijd(h)

Elk apparaat heeft een vermogen, als je het vermogen van het apparaat weet in kilowatt, dan kun je de kosten uitreken als je weet hoelang het apparaat aan staat. Om het energieverbruik te berekenen moet je dus het aantal kW(kilowatt) weten en de tijd (het aantal uur) weten.

Een voorbeeld:

Een TV heeft een vermogen van 500W en staat 4uren op een dag aan, bereken het energieverbruik.

Vermogen: 500W = 0.5kW(vermogen)

Tijd: 4 uren = 4h(tijd)

0,5kW x 4 = 2kWh(energieverbruik)

Het energieverbruik van die TV op deze dag is dus 2kWh. De meter in de meterkast in dan 2kWh omhooggegaan door de TV, als er ook nog andere apparaten aan stonden is er zelfs meer bij gekomen, de kWh-meter meet namelijk het energieverbruik van het hele huis.

Energie kost geld, 1kWh kost ongeveer €0,20. Om te berekenen hoeveel het kost om die TV 4 uren aan te laten staan doen je het energieverbruik keer de kosten.

2kWh x €0,20 = €0,40.

Opdrachten bij dit blok

Opdrachten bij het filmpje

LEUK!: Kruiswoordpuzzel over Blok 8