BB: Je herkent dat faseovergangen van stoffen kunnen worden veroorzaakt door verwarmen of afkoelen. KGT: Je beschrijft dat faseovergangen van stoffen kunnen worden veroorzaakt door verwarmen of afkoelen.

In blok 1.1 ging het over de aggregatietoestand van een stof. Dus de toestanden, gas, vloeibaar en vast. In dit blok gaat het over de overgangen tussen deze fasen. Bij elke overgang hoort een benaming. Ook zijn de overgangen van de fase stofeigenschappen. Het smelt en kookpunt genoemd. Denk er wel om dat deze punten afhankelijk zijn van de (lucht)druk.

De faseovergangen

De faseovergangen zijn in het filmpje hieronder goed uitgelegd door Ron van der Sluis. Kijk het filmpje en probeer de faseovergangen goed te onthouden.

Applet

Hieronder is een Applet waarmee je kunt experimenteren met de fases en de faseovergangen. Ga er even 10 minuten mee aan het werk en probeer verschillende dingen uit. Dan leer je namelijk al heel veel over fases en faseovergangen. Kies hieronder voor de rechter mogelijkheid: “Phase Changes”.

Temperatuur

Bij faseovergangen is de temperatuur erg belangrijk. Als je het weerbericht bekijkt dan wordt de temperatuur vaak gegeven in graden Celsius. Als we tijdens NaSk met een temperatuur werken dan hebben we het eigenlijk altijd over Kelvin. Het aantal Kelvin kun je omrekenen als je het aantal graden Celsius weet. Onthoud hierbij dat 0 Kelvin, het absolute nulpunt is. Kouder dan dat kan niet. In graden Celsius is dat -273 graden Celsius. Bij die temperatuur is het zo koud dat de deeltjes van de stof niet eens meer trillen op hun plek. Ze staan volledig stil. Hiernaast staan thermometers met een verschillende schaalverdeling. Ook staat er hoe je van Kelvin omrekent naar graden Celsius. En hoe je van graden Celsius omrekent naar Kelvin. (klik op de afbeelding om te vergroten)

Druk

Ook (lucht)druk speelt zoals je misschien in de applet gemerkt hebt een rol. Bij een hogere druk zijn er meer deeltjes, dat betekend dat ze dichter bij elkaar gedrukt worden. Dan wordt de druk groter en daardoor wordt de temperatuur hoger.