Lichtbronnen

Er zijn verschillende soorten lichtbronnen, zo hebben we natuurlijke lichtbronnen zoals sterren en de zon. Onnatuurlijke lichtbronnen(gemaakt door mensen), ook wel kunstlicht genoemd zijn alle andere lichtbronnen, voorbeelden van kunstmatige lichtbronnen zijn, lampen, televisies, telefoonschermen en kaarsen. Lichtbronnen stralen vaak het licht in alle richtingen uit. Behalve bijvoorbeeld lasers, die richten hun lichtstraal op een specifieke plek. Al het licht gaat zoals je bij een laser kunt zien in rechte lijnen, licht kan dus niet “de hoek om”.

We kunnen lichtstralen niet zien. Pas als een lichtstraal ons oog bereikt kunnen we het waarnemen.

Hieronder enkele lichtbronnen:

sun-49143_960_720fire-838978_960_720firefighter-484541_960_720

Youtube filmpje over lichtbronnen:

Als het licht van een lichtbron op een voorwerp valt dat zelf geen licht geeft dan weerkaatst dat voorwerp het licht dat erop valt. Zo’n voorwerp is dan een indirecte lichtbron. De lichtstralen die op een voorwerp vallen worden in alle richtingen teruggekaatst. Dit noemen we diffuse terugkaatsing. Alle voorwerpen die je kunt bedenken die zelf geen licht geven zijn hiervan voorbeelden. De bekendste is de maan. De maan geeft zelf geen licht, de maan weerkaatst zonlicht dat erop valt. Ook de maan is dus een indirecte lichtbron.

half-moon-986269_960_720

Schaduw

Als je aan licht denkt denk je ook aan schaduw. Een schaduw is een plek waar het licht niet kan komen omdat er een voorwerp in de weg staat. Bijvoorbeeld onder een tafel of op de grond als je buiten bent. Schaduwen kun je “voorspellen”, als je weet waar de lichtbron is dan kun je het schaduw vlak tekenen. Ook kun je aan de hand van de schaduw voorspellen waar een lichtbron zich bevindt, bijvoorbeeld het plaatje hieronder: “De schaduw valt van rechtsboven naar linksonder. Je kunt dan voorspellen dat de lichtbron rechtsboven is. Tegenover de schaduw.” Dat is bijvoorbeeld handig als je niet wilt verbranden door de zon.

doorhandle-191669_960_720

We maken onderscheid in kernschaduw en halfschaduw. Dit ontstaat als er meer dan één lichtbron is. Bijvoorbeeld bij een tafel met twee lampen erboven. De schaduw waar het licht van beide lampen dan niet kan komen noemen we kernschaduw. Het deel waar één lamp wel kan komen en de ander niet noemen we halfschaduw en is niet zo donker als de kernschaduw.

Angelo-Gemmi-ball-300px1346760415-300px

De bal heeft een schaduw die duidt op 1 lichtbron (één schaduw) terwijl de hoed van bovenaf door meerdere lichtbronnen wordt belicht. Dit kun je zien door de kernschaduw (donkerste) en de halfschaduw (grijzer).

Het huiswerk van Blok 9.1

Het havo huiswerk van Blok 9.1