BB: Je noemt van volledige en onvolledige verbranding voorbeelden en noemt de hierdoor veroorzaakte milieuverschijnselen als broeikaseffect, smog en luchtvervuiling door fijnstof. KGT: Je beschrijft voorbeelden van volledige en onvolledige verbranding en beschrijft het verband met milieuverschijnselen als broeikaseffect, smog en de luchtvervuiling door fijnstof.

Verbranding

In het blok hiervoor hebben we het gehad over hoe een brand kan ontstaan. In dit blok gaan we leren wat voor stoffen er bij verbranding vrij komen. We gaan hierbij kijken naar de stoffen die vrijkomen bij volledige verbranding en de stoffen die vrijkomen bij onvolledige verbranding.

Volledige verbranding

Voor het gemak gaan we in dit voorbeeld aardgas verbranden, we hebben geleerd dat de stof aardgas bestaat uit koolstof(C) en waterstof(H), de formule voor aardgas is CH4. Bij volledige verbranding wordt de brandstof volledig verbrand, we bedoelen hiermee dat alle deeltjes aardgas genoeg zuurstofmoleculen om zich heen hebben en er geen afvalproducten ontstaan bij het verbranden. Om aardgas goed te kunnen verbranden zijn er twee keer zoveel zuurstofmoleculen nodig als aardgasmoleculen, bij volledige verbranding is dus voldoende zuurstof nodig. De volledige verbranding van aardgas is in formulevorm zo op te schrijven:

2 CH4 + 4 O2 → 2 CO2 + 4 H2O

  • 2 CH4 = twee moleculen aardgas
  • 4 O2 = vier moleculen zuurstof
  • 2 CO2 = twee moleculen koolstofdioxide
  • 4 H2O = vier moleculen water

Als je bij een proefje de brander gebruikt en je zet de luchttoevoer open dan heb je een voorbeeld van volledige verbranding, de vlam is dan blauw van kleur.

Onvolledige verbranding

Als er te weinig zuurstof bij de verbranding is, dan zijn er niet genoeg zuurstofdeeltjes om goed met het aardgas te reageren. Als er niet genoeg zuurstof is om te reageren is de verbranding onvolledig. Bij onvolledige verbranding van aardgas komen afvalproducten vrij, die afvalproducten zijn niet goed voor het milieu en zijn ook ongezond voor mensen. De onvolledige verbranding van aardgas is in formulevorm zo op te schrijven:

2 CH4 + 3 O2 → 2 CO + 4 H2O

  • 2 CH4 = twee moleculen aardgas
  • 3 O2 = drie moleculen zuurstof
  • 2 CO = koolstofmono-oxide (schadelijke stof)
  • 4 H2O = vier moleculen water

Als je bij een proefje de brander gebruikt en je zet de brander op de “pauzevlam” dan heb je een voorbeeld van onvolledige verbranding, de vlam is dan geel van kleur. Hierbij komt ook roet vrij en roetdeeltjes zijn schadelijk voor het milieu.

Het milieu

Het verbranden van aardgas is niet goed voor het milieu, bij verbranding van aardgas komt koolstofdioxide vrij, dit versterkt het broeikaseffect en helpt mee aan de opwarming van de aarde. In huizen wordt door verbranding van aardgas de kamers verwarmt. Als je de kachel aan hebt help je dus mee aan de opwarming van de aarde. Ook als je doucht met warm water, dit water wordt namelijk warm gemaakt door aardgas te verbranden in je CV-ketel.

Elektriciteit wordt in veel gevallen ook opgewekt met behulp van verbranding, deze elektriciteitscentrales helpen ook mee aan het broeikaseffect, de uitstoot van roetdeeltjes en fijnstof. Dit alles is niet goed voor het milieu en niet voor de gezondheid.

Twee artikelen met achtergrond informatie: fijn stof in Europa en maatregelen in Nederland.

huiswerk“deel2”