Samenvatting Blok 6 (WWW.N4SK.NL)

Van bron tot ontvanger:

Er zijn drie dingen belangrijk:

  1. Bron (het voorwerp dat geluid maakt) 
  2. Tot/tussenstof (het medium dat geluid doorgeeft)
  3. Ontvanger (datgene dat het geluid ontvangt)

Frequentie en trillingstijd:

frequentie = 1 : Trillingstijd

De frequentie is de hoeveelheid trillingen in 1 seconde. Als de snaar van een gitaar 200x per seconde trilt dan is de frequentie 200Hz (Hertz). Hoe hoger de frequentie, hoe hoger de toon. De trillingstijd is de tijd hoelang 1 trilling duurt. Als 1 trilling 0,005 seconden duurt kun je de frequentie berekenen: frequentie = 1 : Trillingstijd à frequentie = 1 : 0,005 = 200Hz. Als de snaar over 1 trilling 0,005s doet, dan is de frequentie 200Hz.

10.5lageF

Weinig golven per seconde, lage frequentie.

10.5hogeF

Veel golven per seconde, hoge frequentie.

De hoogte van een toon die een snaar maakt hangt van drie dingen af:

  • Hoe dik de snaar is: hoe dikker de snaar hoe lager de toon. Een dunne snaar maakt dus juist een hogere toon. 
  • Hoe lang de snaar is: hoe langer de snaar hoe lager de toon. Een korte snaar maakt dus juist een hogere toon. 
  • Hoe strak een snaar is gespannen: hoe strakker hoe hoger. Een wat minder strakgespannen snaar geeft dus juist een lagere toon.

Geluidssnelheid en sterkte:

De geluidssnelheid is in elke tussenstof (medium) anders. De snelheid van het geluid door lucht is 343 meter per seconde. De geluidssnelheid van het geluid door water is 1500 meter per seconde.

Je kunt geluidssnelheid berekenen met snelheid = afstand : tijd

T1.0.56T1.1.27

De geluidssterkte kun je zien aan de hoogte van een geluidsgolf. Dit noem je de amplitude. Hoe hoger de golf, hoe harder het geluid! Geluidsterkte kun je uitdrukken in decibel. Wordt het geluid 2x zo hard dan komt er 3dB bij! 

gehoordrempel.pijngrens

Wat kun je doen tegen geluid:

Geluid is niet altijd fijn, geluid waar je last van hebt noem je geluidshinder. Geluidshinder kun je op drie manieren tegengaan: 

  1. Bij de bron (zie www.n4sk.nl Blok 6.4 voor meer info)
  2. Tussen de bron en ontvanger (zie www.n4sk.nl Blok 6.4 voor meer info)
  3. Bij de ontvanger (zie www.n4sk.nl Blok 6.4 voor meer info)

Je kunt je tegen geluidshinder isoleren of je zorgt dat je het geluid terugkaatst. Geluid kaats je terug met vlak hard materiaal, het geluid wordt dan weerkaatst. Geluid kun je isoleren/dempen met zacht materiaal zoals schuim of rubber.

De dieptemeter en echo’s:

Een echo is een teruggekaatst geluid. Met deze echo kun je afstanden berekenen. Dus ook de diepte van de zee (de afstand tot de bodem). Een dieptemeter noem je ook wel een echolood. Dit werkt als volgt: een echolood zendt een geluidssignaal uit (op dit moment start de stopwatch/timer), dit signaal gaat naar de bodem en wordt daar weerkaatst (er komt een echo). Dit weerkaatste geluid vangt de echolood weer op (op dit moment stopt de stopwatch/timer). Het geluid deed er in dit voorbeeld 2,5 seconden over. Het apparaatje weet nu hoeveel seconden het geluid erover heeft gedaan om naar de bodem en weer terug te komen. De geluidssnelheid door water is 1500m/s. De afstand kun je nu berekenen met afstand = snelheid x tijd. We vullen de gegevens in à afstand = 1500 x 2,5 = 3750 meter. Omdat het geluid naar de bodem en weer terug is gegaan moet je dit nog delen door 2 omdat je de helft wilt weten (alleen naar de bodem, niet weer terug). 3750 : 2 = 1875 meter. Het schip is dus in water waar het 1875 meter diep is.

Dit is een samenvatting van Blok 6. Om je echt goed voor te bereiden op de toets is het verstandig om ook de site nog even door te lezen en om donderdag om 15:15uur bij bijles te komen.